


Het Waterschap Peel en Maasvallei heeft de laatste jaren op veel plaatsen de beekdalen opnieuw ingericht. Rechte beken werden weer krom en vaak werden de beken ook minder diep gemaakt. Daardoor wordt het water minder snel afgevoerd en worden de aanliggende graslanden natter. Staatsbosbeheer heeft veel beekdalgraslanden in beheer. Jaarlijks worden deze graslanden door Staatsbosbeheer met aangepaste maaimachines gemaaid.
Door deze maatregelen kleuren in het voorjaar op veel plaatsen de graslanden weer paars en roze van de pinksterbloemen en de koekoeksbloemen. Minder algemene planten op het natte grasland zoals moeraskartelblad, pijptorkruid, dotterbloem en blaaszegge worden weer her en der in de beekdalgraslanden aangetroffen en breiden zich uit. Ook de fauna profiteert van de verbeterde terreinomstandigheden. De moerassprinkhaan en de zeldzame vuurlibel worden al weer waargenomen. Door de nattere omstandigheden vallen poelen minder snel droog. Poelen zijn van belang als voortplantingsplaats voor salamanders en libellen.
Jaarlijks worden deze specifieke graslanden door Staatsbosbeheer één of twee keer gemaaid. Maaien voorkomt verruigen van de graslanden en door de afvoer van het maaisel verdwijnen voedingsstoffen uit het gebied. De natte en voedselarme omstandigheden zijn voor veel bijzondere plantensoorten van belang.
Het maaien gebeurt met speciale machines die op rupsbanden rijden. Door de natte terreinomstandigheden kunnen voertuigen met luchtbanden het terrein niet in. Deze zouden diepe sporen maken en de vegetatie te veel beschadigen.