


"Ik ben niet gauw tevreden over een wedstrijd", bekent Bas Tonnaer. Als handboogschutter is de 20-jarige Grubbenvorstenaar erg kritisch op zichzelf. "Ik denk zelfs dat ik nog nooit helemaal tevreden ben geweest over een wedstrijd. Ik heb een Nederlands record geschoten. Maar ik begon die wedstrijd slecht en eindigde ook niet goed. Ik zat dan wel elf punten boven het oude record, maar het is nog niet het dak. Het kan altijd beter", aldus Tonnaer. Net als bijvoorbeeld bij darten geldt ook bij handboogschieten dat de grootste tegenstander meestal de speler zelf is.
Handboogschieten is niet simpel een kwestie van een pijl, een boog en je best doen om die pijl in de roos te schieten. Ten eerste zijn er al vier verschillende disciplines. Er is het indoor schieten met een pijl op een doel op 25 meter afstand. Volgens Tonnaer is dit de afstand voor de recreanten. De tweede afstand die indoor wordt geschoten is telkens met drie pijlen op 18 meter. Buiten zijn er de zogenaamde Fita-wedstrijden, waarbij met telkens 36 pijlen op doelen op 90, 70, 50 en 30 meter wordt geschoten. Als laatste zijn er nog de veldwedstrijden, waarbij de schutters in het bos op verschillende doelen op steeds wisselende afstanden moeten schieten. En dan zijn er nog verschillende typen bogen. De meest bekende is de recurve. Met deze boog wordt ook op de Olympische spelen geschoten.
Bas Tonnaer schiet echter met een compound-boog. Deze ziet er een stuk ingewikkelder uit, onder andere door de speciale wieltjes waar de pees overheen loopt."Als je ze langs elkaar houdt, vind ik de compound veel ruiger dan de recurve. In het begin trekt deze boog heel zwaar, want je moet de pees over een dood punt heentrekken. Als je hem loslaat, staat er zo veel spanning op de boog dat mijn pijl een kleine 300 kilometer per uur gaat", aldus de Grubbenvorstenaar.
Bas Tonnaer begon op zijn tiende met handboogschieten.
Zijn vader nam Bas, zijn twee broers en zijn zus mee naar vereniging Ons Genoegen in Ysselsteyn, een van de beste handboogverenigingen van Nederland. Hij speelde er jeugdwedstrijden in de omgeving van Horst en Venray en trainde in een apart groepje met oud-olympiaganger Ron van der Hoff toen Tonnaer het idee opvatte om een stap verder te gaan. "Ik zag op internet de limieten voor het wereldkampioenschap en vroeg mijn trainers of die voor mij te halen zouden zijn", vertelt de jonge boogschutter. Trainer Van der Hoff zag wel kansen voor Tonnaer, die daarna mee ging doen met wedstrijden om zich in de kijker van de bondscoach te spelen. Met succes. "Op de helft van de wedstrijden mocht ik al meetrainen met Jong Oranje en werd ik vrij snel uitgenodigd voor de eerste interland, een juniorcup in Duitsland. Bij de tweede wedstrijd in Praag had ik de limieten voor de wereldkampioenschappen in Mexico al gehaald", aldus Tonnaer.
De indoorcompetitie speelt Tonnaer mee met de senioren. De leeftijdsgrens voor de Fita-wedstrijden ligt echter bij 21 jaar, waardoor Tonnaer dit jaar nog met de junioren mocht meedoen. "Het Europees kampioenschap van vorige maand heb ik goed geschoten", zegt de boogschutter. "In de open ronde behaalde ik de tweede score, waardoor ik wel durf te zeggen dat ik bij de top van Europa hoor. In de finaleronde maakte ik echter een fout die ik probeer af te leren, waardoor ik de wedstrijd verloor. Daar was ik pissig over. Ik was gewoon beter dan de ander en dat wist hij ook, maar in de finaleronde mag je nou eenmaal geen fouten maken."
Zijn deelname aan Jong Oranje en goede prestaties bij wedstrijden hebben Bas Tonnaer inmiddels ook wat sponsors opgeleverd. Een daarvan is Elzinga Archery uit Almere, de handboogwinkel van Peter Elzinga. Deze wereldtopper is tevens trainer en coach van Tonnaer. "Vorig jaar zat ik in een dip. Mijn scores waren niet goed, maar hij heeft me weer uit die dip gehaald. Ik heb het echt aan hem te danken dat ik weer terug ben aan de top, want ik heb nog nooit zo goed geschoten als nu", aldus de schutter uit Grubbenvorst. De meeste trainingsuren maakt Tonnaer nog gewoon bij zijn club in Ysselsteyn. De afstand Grubbenvorst-Almere is te groot om dagelijks met Elzinga te kunnen trainen. "Ik probeer om eens in de twee weken naar Almere te gaan om samen te trainen. Het is een wisselwerking. Ik word steeds beter van hem, maar hoe dichter ik in zijn buurt kom, hoe scherper hij wordt om me voor te blijven."