


De zomercursus is bedoeld voor kinderen die op de basisschool gepest werden, of andere problemen hebben in de omgang met leeftijdgenoten. Dat kan betekenen dat de kinderen angstig of onhandig zijn in het leggen van contacten, dat ze weinig vriendjes of vriendinnetjes hebben of dat ze onvoldoende weerbaarheid hebben. Deze kinderen zien vaak erg op tegen de overgang naar het voortgezet onderwijs en de kans is groot dat deze problemen zich op de nieuwe school herhalen, ondanks de nieuwe klas waar de kinderen in terecht zijn gekomen.
Marleen Faber, auteur van de cursus Plezier op School: "Ik werkte in de jaren tachtig bij het Riagg en kwam er toen achter dat er nagenoeg niets bestond voor kinderen die het sociaal moeilijk hebben. Na jaren een cursus te hebben gegeven die uit zo'n 8 sessies bestond, ben ik deze gaan aanpassen. Ik heb de training als het ware ingedikt. De onderdelen die ik goed vond heb ik behouden. Daarnaast heb ik ook wat sterke elementen van andere cursussen toegevoegd en vervolgens heb ik er een tweedaagse training van gemaakt."
Marleen vertelt dat ze altijd al geïnteresseerd is geweest in kinderen die sociaal incompetent gedrag vertonen. "Waarschijnlijk komt deze interesse voort uit het feit dat ik zelf als kind ook niet al te zelfverzekerd was. Maar ik werd als kind niet gepest. Soms had ik het gevoel dat ik het meer voor de gepeste kinderen moest opnemen. Wellicht is dit werk voor mij wel het inlossen van een soort schuldgevoel daarover."
Tijdens de cursus leren de kinderen positiever over zichzelf te denken, oefenen ze ontspanningstechnieken en leren ze een gesprek aangaan met anderen. Dit blijkt een succes te zijn, maar dit succes heeft naast de inhoud van de cursus ook te maken met het tijdstip, zo vlak voor het begin van het nieuwe schooljaar. De opgedane kennis zit dan nog vers in het geheugen van de aankomende brugklassers. Faber: "De cursus is natuurlijk geen wondermiddel en in twee dagen kunnen we kinderen ook niet compleet veranderen. Maar het is wel dat duwtje in de rug die sommige kinderen nodig hebben."
Uit onderzoek blijkt dat in de eerste week van de brugklas de basis wordt gelegd voor de verdere middelbare schooljaren. "In die eerste weken en soms zelfs dagen wordt de hiërarchie bepaald. In deze eerste periode is het voor kinderen van belang dat ze zich wat zelfverzekerder voelen en als zodanig over komen. Dat doen we bijvoorbeeld door oefeningen om de houding van de kinderen te verbeteren, maar ook door rollenspellen. Een pester zal niet gauw een kind als 'slachtoffer' kiezen dat zelfverzekerd overkomt."
In die eerste weken wordt er volgens Marleen nog niet gepest, maar wel getest. Kinderen dagen elkaar uit om te zien wat voor vlees ze in de kuip hebben. Dat kan door ogenschijnlijk onschuldige zaken als bijvoorbeeld het omgooien van iemand's etui en dergelijke. Hoe een kind op dit soort testen reageert is zeer bepalend of het in een pestsituatie terecht komt.
"Het is geweldig om te zien hoe de kinderen op de training reageren. Aan het einde van de cursus en bij de terugkombijeenkomst die zes weken later plaatsvindt, heb je echt het gevoel dat je in het leven van een kind verschil hebt kunnen maken. Dat ze een beetje gemakkelijker door het leven gaan. Met al die zware boeken in de rugzak van een brugklasser heb ik er dan iets lichts bij gestopt", besluit Marleen.