Raften is een echte topsport

29-7-2010 door: Redactie
Voor veel mensen is het maar een spannend uitstapje om een keer op vakantie te doen: raften. Met een groep mensen in een rubberbootje over een heftige rivier varen. Maar voor de Meerlose Fieke Reijntjes (23) is het niet zomaar een vakantie-ervaring. Ze is al vijf jaar lid van het team dat Nederlands Kampioen is en ook op het WK doet ze het met haar team, Team F'leau, erg goed.

Reijntjes werkte met haar vijf teamleden bij hetzelfde bedrijf, dat zich bezighield met buitensporten. De eigenaar van dit bedrijf wilde een raftteam beginnen, omdat hij het oneerlijk vond dat de toenmalige Nederlandse kampioenen amper concurrentie hadden. Uiteindelijk won Team F'leau het NK en mocht zij naar Zuid-Korea voor het Wereldkampioenschap. Ze werden daar dertiende, van de ongeveer 45 landen.
"Je zou verwachten dat we slecht zijn op wereldniveau omdat we in Nederland weinig concurrentie hebben", zegt Reijntjes. Toch is dat niet zo. Bij het EK in Oostenrijk een jaar geleden behaalden ze zilver. "Dat was leuk. We mochten het volkslied ­zingen. En ik was de enige die het kende, dus we moesten van tevoren wel even oefenen."

Het sterkste punt van Team F'leau is de kracht en snelheid. Reijntjes: "We zijn technisch wat minder goed en er is nu een nieuw team waarvan de leden uit de kanowereld komen. Die zijn op de slalom erg goed en daarom werden we dit jaar op dat onderdeel tweede." Team F'leau werd Nederlands Kampioen en mag daarom volgend jaar naar het WK in Corsica. Dat was een opluchting, want ze vaarden het NK met drie nieuwe leden. "Dat bewees dat we nog steeds goed zijn. En ik heb ook echt hoop dat we in Corsica wel de top 5 of misschien top 3 halen."

Een raftwedstrijd bestaat uit vier onderdelen: sprint, head to head, slalom en down river. Bij sprint moeten de rafters een korte afstand zo snel mogelijk afleggen en bij slalom moeten ze om paaltjes heen varen. Head to head is vrijwel hetzelfde als sprint, maar dan starten alle boten tegelijkertijd.
"Dat is echt een gevecht", legt Reijntjes uit. "Je moet proberen jouw peddel voor die van de ander te krijgen en dan zit er per ongeluk wel eens een hand tussen." De down river duurt tussen een half uur en een uur en is erg zwaar. Het uithoudingsvermogen en kracht van het team wordt tijdens dit onderdeel op de proef gesteld. Ook moeten de sporters
heel goed het water kunnen 'lezen', zodat ze weten hoe zij over de rivier moeten varen.

De sporters trainen drie keer per week op het kanaal en dan nog drie keer extra met gewichten in de sportschool of gewoon thuis. "We worden erg sterk van het oefenen op een kanaal", zegt Reijntjes. "Probeer maar eens stilstaand water in beweging te krijgen. Ik zit rechtsachter, dus ik heb aan mijn rechterarm een veel grotere spierbal." Dit jaar hebben ze nog harder moeten werken, omdat het NK en EK vlak achter elkaar vielen. Ze zijn behalve een raftteam van zes dames, ook een team met vieren begonnen. "Daarom trainden wij deze winter met -10 graden en ijs op de boot op het kanaal. Raften is niet voor watjes."

Bijna elke training vindt 's avonds plaats. "Geld is een groot probleem voor ons. Raften is nog niet zo bekend en daarom is sponsoring regelen best lastig. Bovendien krijgen we niet betaald zoals andere topsporters, omdat de sport raften niet is aangesloten bij NOC-NSF. Terwijl wij écht aan topsport doen. Behalve het trainen, werken wij allemaal veertig uur in de week. En wij zijn ook nog zelf bezig met een sponsorplan en het bouwen van onze website, www.teamfleau.nl.
Het team heeft na het EK een rustperiode. Daardoor hebben de rafters tijd om hun familie en vrienden te zien. "Dat voelt goed", zegt Reijntjes. "Als ik veel aan het trainen ben, heb ik ook echt maar één dag in de week tijd voor mijn andere vrienden. Dus ons sociale leven lijdt er soms onder. Het is prettig om even vakantie te hebben."

Disclaimer | Copyright© 2018 Kempen Media b.v. | Ontwerp & realisatie Kempen Communicatie
Kempen Media b.v. is partner van Kempen Communicatie b.v.
Kempen Communicatie: Strategie, Creatie, Realisatie