Geplukt Piet van den Munckhof

21-6-2018 door: Redactie
Hij zingt al 80 jaar en heeft zelfs opgetreden in kerken in de Verenigde Staten. Daarnaast houdt hij de dagelijkse gebeurtenissen bij in een agenda en is hij van plan om de 100 te halen. Deze week wordt Piet van den Munckhof (97) uit Horst geplukt.
maskTop
Geplukt Piet van den Munckhof
maskBottom

Piet is wat je bijna een schoolvoorbeeld van een vitale oudere kunt noemen. Hij rijdt nog zelf auto, “mijn rijbewijs is nog geldig tot mijn 100e”, doet elke zaterdag de boodschappen en leest de krant nog gewoon zonder bril. “Bij de keuring voor het verlengen van mijn rijbewijs moest ik de letters op zo’n leeskaart voorlezen. Dat ging heel goed, alleen over de laatste regel deed ik wat langer. ‘Laat maar’, zei de arts toen. Hij had al begrepen dat ik nog goed kan zien”, lacht Piet.

Piet van den Munckhof werd geboren als tweede in een gezin van twaalf kinderen. “We waren met negen jongens thuis. Of we wel eens ruzie hadden? Soms, maar dan kwam moeder er met de matteklopper tussen en dan was het zo afgelopen.” Hij groeide op in de crisisjaren. Zijn vader was stukadoor en verdiende vaak net genoeg geld om zo’n groot gezin te kunnen onderhouden. “Familieleden werkten in de werkverschaffing (projecten om werklozen een dagbesteding te geven, red.) en stopten ons soms wat toe, wat ze zelf niet nodig hadden.” Als 15-jarige ging Piet in de kost bij een boer in Lottum. Daar kreeg hij 40 gulden per jaar, die uiteraard rechtstreeks naar zijn ouders gingen. “Tijdens mijn eerste week daar moest ik er ’s nachts uit om de biggen op te vangen van een zeug die aan het bevallen was. De boer zelf ging naar bed. Mijn vader was zo kwaad toen hij dat hoorde, omdat ik toen had gezien waar biggen vandaan kwamen. Ach, wij wisten toch nog van niets.” Na een jaar vertrok hij naar een tuinder aan de Afhang in Horst.

Op zijn 19e brak de Tweede Wereldoorlog uit. Piet was net gekeurd, maar hoefde niet in dienst. Wel heeft hij, om te voorkomen dat hij in Duitsland te werk werd gesteld, ondergedoken gezeten. “Ik ben nooit echt bang geweest. Ik heb gewoon geluk gehad. Op een keer was ik een boer aan het helpen de oogst binnen te halen, toen er een Duitser kwam die wilde ik dat ik meeging. ‘Dat kan niet’, zei de boer, ‘ik heb hem nodig voor te oogsten.’ Die Duitser pakte mijn ausweis en zei dat ik die later maar op moest komen halen. Dat heb ik natuurlijk niet gedaan.” Het bombardement op Horst in de nadagen van de oorlog kan Piet zich nog goed herinneren. “Ik stond buiten en zag de bommen vallen. Ik ben meteen naar het dorp gegaan en kreeg daar een schep in mijn handen geduwd om mee te helpen puin ruimen. Ik heb toen veel doden gezien, daar sliep ik ’s nachts wel slecht van.”

Nadat Horst bevrijd was door de Engelsen, was de rust nog niet meteen wedergekeerd. “Horst was net twee dagen bevrijd, toen ik er ’s avonds op uit moest om de vroedvrouw te halen. De vrouw van de boer was namelijk aan het bevallen. Er zaten Engelse soldaten ingekwartierd in de boerderij en die hadden mij een verklaring meegegeven waarin stond dat ik ’s avonds de straat op mocht. Toen ik op weg was werd ik aangehouden door een Engelse soldaat, die een stengun in mijn maag duwde. Ik had de brief in mijn broekzak zitten en heb die er voorzichtig uitgehaald. Er was intussen een tweede soldaat bij gekomen. Ze lazen de brief, begonnen te lachen en hebben me weer op de fiets gezet. Dat liep dus gelukkig goed af.”

Aan het begin van de oorlog leerde Piet Grada Kurvers kennen. “Zij werkte bij de buren en zo zijn we elkaar tegengekomen.” Na acht jaar trouwden ze in 1949 en gingen ze wonen op een boerderij van een oudtante aan de Afhangweg. Daar begonnen zij een tuinderij. Ze verbouwden vooral bloemkool en hadden daarnaast ook tomaten, augurken en komkommers in de kas. Samen kregen Grada en Piet zeven kinderen, drie meisjes en vier jongens. “We hebben twaalf kleinkinderen en ook al een hoop achterkleinkinderen. We hebben altijd alles samen gedaan. De kinderen hebben wel eens meegeholpen in het bedrijf, maar ze hoefden dat niet. We hebben ze nooit gedwongen.” Grada overleed drie jaar geleden. De kassen en grote tuin achter hun huis hebben intussen plaatsgemaakt voor nieuwbouw.

Zingen doet Piet bijna al zijn hele leven. “Op mijn 17e ben ik lid geworden van het Horster Mannenkoor. De buren van de boer waar ik werkte, hoorden mij elke dag fluiten en dachten: ‘als hij kan fluiten, dan kan hij vast ook zingen’. Ruim 60 jaar ben ik lid geweest van het mannenkoor. Totdat we een dirigent kregen waar ik het niet mee kon vinden. Ik ben gestopt en niet meer teruggekomen, ook niet nadat die dirigent wegging. Het bestuur heeft me uiteindelijk erelid gemaakt.” Nu zingt Piet nog elke week in het Ouderenkoor. Hij heeft zelfs enkele keren opgetreden in de Verenigde Staten. “Onze oudste dochter woont in de staat Georgia. Daar ben ik al zes keer geweest. Ik was daar eens op een feestje waar ook een zangeres optrad en die hoorde dat ik zong. Of ik die zondag niet op wilde treden in de kerk? Dat heb ik toen gedaan. En ook de andere keren dat ik op bezoek was heb ik daar opgetreden.”

Mensen vragen hem wel eens of hij niet kleiner wil gaan wonen. Maar daar moet hij niet aan denken, zegt hij. Want afgezien van wat ouderdomskwalen, mankeert hij zo goed als niets. “Ik ga voor de 100”, lacht hij.

Disclaimer | Copyright© 2018 Kempen Media b.v. | Ontwerp & realisatie Kempen Communicatie
Kempen Media b.v. is partner van Kempen Communicatie b.v.
Kempen Communicatie: Strategie, Creatie, Realisatie