Naamgewazel - De Vöskes

Tijdens carnaval heten de inwoners van de dorpen in Horst aan de Maas bijvoorbeeld Turftreiers, Geiten of Dreumels. Maar waar komen deze namen eigenlijk vandaan? HALLO Horst aan de Maas ging op onderzoek uit. Deze week: De Vöskes uit Meerlo.

Carnavalsvereniging De Vöskes uit Meerlo is de oudste carnavalsvereniging van gemeente Horst aan de Maas. In 1948 waren de eerste activiteiten waarna een jaar later de vereniging opgericht werd. Vorst van De Vöskes, Bart Kerstjens, vertelt het verhaal van Egbert Geurts die aan de wieg stond van de carnavalsvereniging in Meerlo. “Het verhaal gaat dat er mensen eieren aan het eten waren bij Hoekse Hannes in Meerlo. Bij Egbert werd een theemuts op zijn hoofd gezet en een tafellaken om de nek gedaan. Daarmee was prins Egbert dun Urste geboren. Toen was de duivel los.” Daarbij hoort ook een gedichtje wat menig inwoner van Meerlo kent: ‘Mieëlderse vos, D’n duvel is los, Biend um an un touwke, Zet um moeders mutske op, Dan is ut vaders vrouwke.’
Een jaar later organiseerden drie verschillende verenigingen de carnavalsperiode: de ruiterclub, de voetbalclub en de fanfare. Vanaf dat jaar staat De Vöskes ingeschreven als een echte carnavalsvereniging. Maar waar komt die naam toch vandaan? Liepen er veel vossen rond in Meerlo? Nee, het was vroeger de bijnaam voor inwoners van Meerlo. “Sterker nog, een scheldwoord”, zegt Bart. “Vroeger was er wel eens wat onenigheid tijdens de uitgaansavonden tussen de omliggende dorpen. De inwoners van elk dorp hadden wel een scheldwoord voor de ander. Zo kregen de Meerlose inwoners de bijnaam vossen ofwel in het dialect ‘vöskes’. Later is deze scheldnaam aangenomen als naam van de vereniging.” Op de vraag waarom de inwoners van Meerlo vossen werden genoemd, weet Bart wel antwoord op. “In fabels en verhalen wordt de vos al sinds de oudheid afgeschilderd als slim en sluw. De Meerlose inwoners werden dus gezien als slimme en sluwe mensen.” De functie die Bart heeft tijdens carnaval is vorst, daar is ook wel wat Meerlose geschiedenis over te vertellen. “Onze vorst heet Reynaert. Dat komt van een middeleeuws verhaal over Reynaert de Vos.” Het verhaal gaat dat de Reynaert de Vos met alles en iedereen uit de ridderwereld spot. De koning is zo begerig naar de niet bestaande schat waarover Reynaert spreekt, dat hij de vos gelooft en zijn trouwe edelen de rug toekeert. Ene Bruun wordt als boodschapper door de koning op pad gestuurd om Reynaert op te halen. Hij vergeet de opdracht als de vos over honing praat. Hij wordt gedreven door honger, gulzigheid wellust naar macht. Reynaert de Vos maakt daar gebruik van. Hij was immers een doortrapte schurk. Het zijn verhalen waarin de lezer telkens op het verkeerde been wordt gezet. Dit slaat op de sluwheid van de Meerlose inwoners.